De grondrechten-toets wint terrein in rechterlijke uitspraken over financieel toezicht. Stichting Human Rights in Finance (EU) juicht deze ontwikkeling toe.
Op 29 juli 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) geoordeeld dat De Nederlandsche Bank (DNB) bij de toezichtheffing op betaalinstellingen in 2020 de grenzen van de wet én het eigendomsrecht heeft overschreden. De uitspraak (ECLI:NL:CBB:2025:394) markeert een zekere koerswijziging, waarbij de rechter nu wél meer expliciet de grondrechten toets betrekt bij de toezichtheffingen discussie.
Oneigenlijke kosten in toezichttarief
Financiën/DNB verwerkten de kosten voor eenmalige handelingen (zoals vergunningverlening) in het tarief voor doorlopend toezicht. Het College oordeelde dat deze vermenging in strijd is met de Wet bekostiging financieel toezicht 2019 én zonder de vereiste zorgvuldige motivering plaatsvond. Daarmee werd op ongeoorloofde wijze ingegrepen in het eigendom van bestaande marktpartijen.
De rechter erkende in rechtsoverweging 10.3 met zoveel woorden dat toezichtheffingen onder artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM een vorm van inbreuk op eigendom kunnen zijn:
“Een geoorloofde inbreuk op de bescherming van het eigendomsrecht vereist – onder meer – een redelijke mate van evenredigheid tussen de gebruikte middelen en het doel dat ermee wordt nagestreefd.”
HRIF juicht Europese grondrechten toets in Nederlands financieel toezicht toe
Human Rights in Finance (EU) heeft de grondrechtendiscussie bij kosten in financieel toezicht sinds 2023 consequent op de kaart gezet. In ons artikel en position paper over toezichtkosten DNB/AFM wezen we erop dat het toezichtstelsel van DNB en AFM structureel inbreuk maakt op eigendomsrechten, zonder dat daar een evenwichtige belangenafweging of rechtsbescherming tegenover staat.
U ziet de korte versie van ons advies destijds hieronder en in punt drie herkent u de aanvliegroute bij de uitspraak van het CBB.

Vasthoudendheid loont: Curo, OPP en CCV trekken de kar
Bedacht moet worden dat in zaken als deze het nodig is dat topmanagement van bedrijven pro-actief en feitelijk het gevecht over dit soort thema’s aandurft. Dat is zeker niet altijd gebruikelijk en waar in de crypto-sector een vergelijkbare discussie wél door bijna de hele branche is gevoerd, is dat bij deze betaalinstellingen (nog) niet het geval geweest.
Tegelijk is in de financiële pers te zien dat de Verenigde Betaalinstellingen Nederland de zaak nauwgezet volgt en wijst ook in consultatie-reacties op de onhoudbaarheid van de huidige opzet. Zoals wij ook aangaven in ons position paper uit 2023 leidt de niet-kostendekkende inregeling van eenmalige toezichtkosten in feite tot een besluit van staatssteun aan nieuwkomers, dat dan echter gedekt wordt uit de kas van private ondernemingen. Die systematiek blijft schuren.
Hopelijk neemt met deze uitspraak van het CBB de koudwatervrees bij bedrijven en burgers om de positie en werkwijze van de financiële toezichthouders in Nederland aan Europese c.q. EU grondrechten te doen toetsen wat af. Hulde in elk geval aan CCV, OPP en Curo dat ze dit aangedurfd hebben en complimenten aan advocaat van Hasselt zijn natuurlijk ook op zijn plaats.
Financiën repareert de kier in het dak maar laat de constructiefouten ongemoeid
Het Ministerie van Financiën zag overigens deze juridische bui al aankomen. In bijgaande brief werd al aangekondigd aan de Tweede Kamer dat de eenmalige kosten naar een kostendekkend niveau toe moeten. Te zien is echter in de beslisnota’s dat het Ministerie de fundamentele suggesties van het SEO en HRIF.EU niet wil adopteren: het terugbrengen van een overheidsbijdrage voor kosten financieel toezicht:

De lastige juridische vraag blijft dan ook of de huidige heffingsstructuur zonder meer fundamentele wijzigingen in de bekostigings-opzet wel de ruimte biedt om rechtmatige heffingen te doen. Wij denken van niet en hopen dat het vervolg bij dit thema niet erop neerkomt dat DNB met een extra alinea tekst opeens wél rechtmatig de heffingen kan gaan innen. De huidige opzet lijkt ons namelijk structureel in strijd met EU-recht.
Bedacht moet verder worden dat de beslisnota’s laten zien dat ook een interne werkgroep heffingen van het Ministerie die terugkeer naar de 50% bekostigingsmethode adviseert.

Naar een meer grondrechten bestendig financieel toezicht in NL
De uitspraak van het CBB onderstreept dat door Europese grondrechten-kaders, de Nederlandse regels over toezichtskosten geen vrijbrief zijn voor onbeperkte financiële aanspraken van de overheid op marktpartijen. Een heldere wettelijke basis, zorgvuldige motivering en evenredigheidstoetsing zijn van belang als grondrechten in het financieel toezicht worden geschonden. Dat het CBB bij een terughoudende benadering hier toch zo duidelijk een streep zet is een belangrijke stap in de goede richting.
HRIF.EU blijft, als hoofddoelstelling van onze stichting, aandacht vragen voor die Europese c.q. EU-grondrechtentoetsing bij Nederlandse financieel toezicht. Want er is nog genoeg te toetsen. Denk bijvoorbeeld aan de ongemotiveerde inbreuken op het grondrecht van klanten om niet onnodig allerlei bankblokkade’s voor de kiezen te krijgen. Of inbreuken op het grondrecht om niet gediscrimineerd te worden, inbreuken op het grondrecht om onschuldig gehouden te worden en inbreuken op het grondrecht op privacy en het recht om niet geprofileerd te worden.
“Het Europees recht dwingt af dat financieel toezicht of antiwitwas-toezicht niet zonder goede motivatie een inbreuk mag maken op fundamentele rechten. Deze uitspraak bekrachtigt dat principe en is een belangrijk en verheugend signaal voor de toekomst. ” – Simon Lelieveldt – voorzitter Human Rights in Finance (EU).
Kan ik jullie steunen?
Uiteraard kunt u ons als stichting Human Rights in Finance (EU) steunen bij ons werk. Vertel anderen over wat we doen. Wees u bewust van uw rechten. Check onze website voor informatie over tal van andere onderwerpen op onze agenda (recht op bankrekening, recht op contant betalen, Triodos discussie).
Maar ook donaties zijn van harte welkom natuurlijk en die kunt u sturen naar IBAN nummer NL94 TRIO 0320 7857 85 ten name van stichting Human Rights in Finance (EU). Digitale avonturiers die een betaling aan een neo-bank willen doen kunnen kiezen voor NL19 SWNB 7534 5183 36 ten name van Human Rights in Finance (EU).
Veel dank!