Lieve mensen van Nederland,
Terwijl het land Koningsdag vierde en vakantie hield, draaide de hectiek bij HRIF.EU op volle toeren. Ook wij waren zeer verontrust over de contractverlenging rond Solvinity en DigiD. De timing van de publicatie, de late bekendmaking en de snelheid richting ondertekening verdienden bepaald niet de schoonheidsprijs.
Maar goed: in de Kamerbrief werd gesproken over een besluit. Dus hebben wij de klassieke overheidsroute gevolgd: bezwaar maken tegen dat besluit en vervolgens met een voorlopige voorziening bij de rechtbank proberen af te dwingen dat de verlenging van het DigiD-contract met Solvinity voldoet aan de noodzakelijke ABRO-veiligheidseisen.
ABRO-eisen: wat is dat dan ?
Onze insteek was heel gericht. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken werkt sinds 1 januari 2026 met nieuwe ABRO-inkoopeisen. Die eisen zijn bedoeld om soevereiniteit en beveiliging bij private partners aan wie de overheid vitale dienstverlening uitbesteedt, beter te borgen.
Je kunt ABRO zien als een soort permanent veiligheidsregime dat via contractvoorwaarden werkt. Als die voorwaarden goed in het contract staan, kan de overheid onder omstandigheden ingrijpen wanneer een leverancier — bijvoorbeeld na een overname of zeggenschapswijziging — niet meer aan de vereiste veiligheids- en soevereiniteitseisen voldoet.
Onze zorg was simpel: wij konden niet vaststellen of BZK deze ABRO-waarborgen bij de verlenging van het Solvinity-contract expliciet en juridisch afdwingbaar had vastgelegd. En als dat niet is gebeurd, zitten we mogelijk nog twee jaar vast aan een verlenging zonder goede soevereiniteitscontrole.
Daarom maakten wij bezwaar tegen het besluit zoals dat in de Kamerbrief werd genoemd — een besluit dat wij zelf niet hadden, maar waarvan het bestaan door BZK wél was gecommuniceerd. Direct daarna zijn wij naar de rechtbank Amsterdam gegaan om de ondertekening op te houden totdat duidelijk was of de noodzakelijke ABRO-voorwaarden daadwerkelijk in de verlenging waren opgenomen.
Rechtbank reageerde snel
Het mooie aan ons rechtssysteem is dat er in spoedzaken snel antwoord kan komen. De voorzieningenrechter behandelde ons verzoek direct en vroeg nog even door: waarom vinden jullie dat dit een Awb-besluit is, en waarom is dit publiekrechtelijk relevant?
Wij verwezen naar ABRO, naar Logius, naar DigiD en naar de Wet digitale overheid. DigiD is immers geen gewone commerciële dienst. Het is publieke digitale infrastructuur. De overheid biedt deze voorziening aan burgers aan en moet daarbij zorgvuldig, veilig en grondrechtenconform handelen.
Volgens ons zit je dan echt in het publiekrechtelijke domein.
De voorzieningenrechter vindt het besluit echter geen publiekrechtelijk Awb-besluit
Afijn. We hebben ons uiterste best gedaan, maar de voorzieningenrechter Amsterdam vindt dat het besluit van BZK onvoldoende publiekrechtelijke aspecten heeft om als Awb-besluit te gelden waartegen bezwaar openstaat.

Daarbij kregen we ook te horen dat je een besluit eigenlijk als kopie bij je bezwaar moet voegen. Klein probleem: de overheid had dat besluit zelf nooit gepubliceerd.
En daar zit precies de paradox.
Voor de overheid was er kennelijk genoeg besluit om richting contractondertekening te bewegen met grote maatschappelijke gevolgen, ook voor je toekomstige privacy. Maar voor burgers en maatschappelijke organisaties was er volgens de rechter niet genoeg Awb-besluitwaardigs aan om rechtsbescherming te krijgen.
Dat u even weet: wij hebben ons best gedaan
Let wel: dit is een snelle beslissing, in een spoedprocedure, en dit schept geen precedent voor andere zaken. Maar het is natuurlijk wel teleurstellend, dat moge duidelijk zijn. We denken echt de goede argumenten te hebben neergelegd en liefhebbers kunnen hier in ons dossier van afgelopen week meelezen of ze het eens zijn met de stukken en de uitspraak of niet.
Meest belangrijk is echter: HRIF.EU heeft alles op alles gezet de afgelopen week om deze trein te stoppen. Dat het nu niet lukt omdat er geen Awb-besluit zou zijn (we zijn het er niet mee eens) accepteren we. Dus we gaan het gewoon nog een keer proberen, en dan netjes onder de Awb.
Volgende week: nieuwe ronde – nieuwe kansen
Al in januari van dit jaar hebben we de overheid onder de Awb gevraagd om een besluit te nemen tot afwijzing van de overname Solvinity. Dat besluit is nu te laat. En over zo’n te laat besluit gaat bij uitstek wél de bestuursrechter Amsterdam. Dus die ziet ons volgende week weer gewoon terug. Want u dacht toch niet dat HRIF.EU voor één gat te vangen is?
Dit onderwerp is veel te belangrijk om niet alles op alles te zetten om alle beschikbare rechtsmiddelen te gebruiken.
PS. Bent u het eens met ons werk en wilt u ons steunen. Dat mag altijd. Zo’n verzoek kost alleen al aan griffierechten bijna 400 euro. En we gaan volgende week nog 800 euro nodig hebben.
