Deze week werd bekend dat een tweede rechtbank een onwettige nieuwe lijn van de Raad van State weigert te volgen. Het gaat hier om vervolgprocedures van gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire. Zowel Rechtbank Midden-Nederland als Rechtbank Gelderland blijven zélf dwangsommen opleggen aan de Dienst Toeslagen als besluiten over vergoeding van werkelijke schade te lang uitblijven.
De rechtbanken gaan daarmee lijnrecht en bewust in tegen een uitspraak van de Raad van State die als ‘nieuwe lijn’ in een uitspraak van 3 juni 2026 besloten had om dwangsommen tegen de overheid maar even op nul euro te bepalen. De bewoordingen van de Rechtbank zijn niet mals. En het bericht is een heel belangrijk signaal.
Vijf jaar na de excusus voor de eigen rol in het kindertoeslag-schandaal, blijkt de Raad van State de lessen ervan alweer vergeten te zijn. Wat HRIF.EU betreft heeft de Raad van State daarmee haar krediet verspeeld.
Dit terugspringen in de vorm en het onmogelijk maken van het werk van lokale rechtbanken in de bescherming van burgers, is voor HRIF.EU reden genoeg om de politiek op te roepen het advies van de parlementaire enquetecommissie te volgen en snel het wetsvoorstel alsnog op te pakken waarin de afdeling Rechtspraak weggehaald wordt bij de Raad van State.
Wat mag de rechter wél en wat mag er niet
De Rechtbank Midden-Nederland legt in haar vonnis uit dat de keuze van de Raad van State om de dwangsom op nul te zetten onder het Nederlands recht niet kan. Ze doet dat met deze woorden:
10. De Afdeling heeft er ook voor gekozen om aan de beslistermijn van twee weken geen rechterlijke dwangsom te verbinden. De rechtbank wijst erop dat artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter aan zijn uitspraak een nadere dwangsom verbindt voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. Dit artikel biedt geen ruimte om de dwangsom op nihil te zetten. Daarmee zou immers feitelijk geen dwangsom worden opgelegd, wat in strijd is met de dwingendrechtelijke bepaling uit artikel 8:55d, van de Awb.
Kortom. De rechter legt hier uit dat de Raad van State als rechter een uitspraak deed waar ze niet toe bevoegd is. De afdeling rechtspraak beweegt hierdoor mee met de ervaren problematiek van de overheid. Ze slaat de burger een rechtsmiddel uit handen dat juist bedoeld is om de overheid bij de les te houden. Terwijl diezelfde Raad van State nog maar vijf jaar geleden deemoedig excuses maakte voor haar te harde lijn bij het kindertoeslagen-schandaal.
De Raad van State zei toen immers:
Als de verhouding tussen procespartijen onevenwichtig is, zoals in kinderopvangtoeslagzaken, dan moet de bestuursrechter de burger de helpende hand bieden, onder meer door actief onderzoek te doen naar de relevante feiten.
Als je na vijf jaar weer gewoon de overheid gaat beschermen doe je als Raad van State echt iets fout
We kunnen ingewikkelde analyses maken, maar wat we hier zien is niet een klein scheurtje of een barst in de verhoudingen tussen rechtbanken en Raad van State. Het is een hele grote scheur.
We zien lokale rechtbanken zo goed mogelijk een gevolg geven aan de lessen van de kindertoeslagen affaire. Zíj staan in de front linie en zien het uit eerste hand gebeuren. De Raad van State vervalt echter, binnen vijf jaar na de ‘zelfreflectie’ alweer in de oude vorm van het té partijdig beschermen van de overheid, door het uitzetten van lijnen die de rechtsbescherming opheffen.
En als het nu gewoon een ander dossier was. Bijvoorbeeld over de hoeveelheid eigeel in een gebakken ei-tje, dan zou je nog kunnen denken: ok, andere situatie, ander juridisch domein. Maar dit gaat gewoon nog steeds over het kindertoeslagenschandaal.
De Raad van State is vijf jaar geleden even heel deemoedig uit de ivoren toren naar beneden gekomen, heeft sorry gezegd, maar zit inmiddels weer hoog boven het maaiveld de overheid te beschermen.
Afdeling rechtspraak van de Raad van State staat te weinig met de poten in de modder
HRIF.EU heeft inmiddels nu zélf ook een zaak bij de Raad van State lopen. En er valt ons iets op. Die lokale rechtbanken hebben het bere-druk. Maar ze hebben in al die drukte best hun procesregie op orde. Wie krijgt welke stukken, wanneer en hoe ga je ermee om. Zij zijn immers de frontlinie waar de ge-escaleerde geschillen tussen burger/overheid terecht komen. De afgelopen jaren hebben we daarmee voldoende kennisgemaakt.
Als je dan bij de Raad van State komt, dan wordt er niet met Zivver gewerkt, maar een eigen apart systeem. Er wordt dan bijvoorbeeld een beroep gestart op 19 juni en je eerste kopie van het beroepsstuk krijg je dan op 31 juli (en dat bestaat niet uit de gronden van beroep, maar uit een aankondiging van 19 juni). De termijnen van beroep worden niet strak bewaakt. En als er een stuk opeens te voorschijn komt tijdens een zitting, waarop je niet hebt kunnen reageren, dan weigeren ze dat gebrek te herstellen.
Het is cultuur-technisch heel helder dat de Raad van State het hoogste rechterlijke instituut is. Dat doet een wens ontstaan om daar te willen werken, om invloed te hebben op zaken die ertoe doen. Maar bottom-line: rechtspraak is niet een hogere vorm van wetenschap of debatteren. Er zijn levende mensen met levende problemen die een steeds onbillijker overheid tegenover zich zien. Dat vergt ook bij hoger beroep een strakke procesregie en onbevooroordeelde houding. En daarin doen lokale rechtbanken het gewoon beter dan de Raad van State. Dat kunnen we uit eerste hand zien.
Wat waren die excuses eigenlijk waard?
De samenleving kon bij het kindertoeslagen schandaal zien hoe de Raad van State te theoretisch is, te weinig met de poten in de modder staat en té arrogant en vooringenomen ten opzichte van lokale rechtbanken waar de botsing overheid/burgers zich echt afspeelt. Ze probeerde met excuses haar verloren gezag terug te winnen. De verhouding met lokale rechtbanken kreeg hierbij een flinke deuk.
De excuses over eigen gedrag blijken nu gewoon leeg en hol te zijn. Met de nul-dwangsom uitspraak toont de Raad van State zich een instituut dat de eigen lessen niet meer kent. En het is een heel goede zaak dat ze nu door twee rechtbanken wordt teruggefloten. Rechtbanken die uitleggen dat hoe de Raad van State zélf een onbevoegde uitspraak heeft gedaan die buiten wettelijke kaders valt.
Dat is niet een klein ding. Het lerend vermogen van de afdeling Rechtspraak blijkt namelijk al binnen vijf jaar aantoonbaar niet meer aanwezig. En de Raad van State stuurt lokale rechtbanken hiermee, opnieuw, het bos in met een onmogelijke visie die de burgers schade doet.
Haal de afdeling Rechtspraak weg bij de Raad van State
Er is momenteel een beroep gaande tegen de eerste uitspraak van de lokale rechtbank. De cruciale vraag is: gaat de Raad van State nu alsnog deemoedig erkennen dat ze fout zit of springt ze terug in de vorm?
De tijd zal het leren. Maar de schade voor het vertrouwen in de overheid is al gedaan.
Wat we nu kunnen zien is de intrinsieke, diepe kern van de afdeling Rechtspraak van de Raad van State. Door haar nabijheid op regelgeving en overheid beschermt ze toch gewoon liever de overheid dan de burger. Ze staat niet achter de eigen lokale rechtbanken, maar fungeert als verlengde arm van de overheid door lankmoedig om te gaan met overheden die de wet aan hun laars lappen en die letterlijk een ‘vrijkaartje’ te geven waardoor dwangsommen niet meer bestaan.
Wij hebben lang geloofd dat het niet per sé nodig was om de afdeling Rechtspraak bij de Raad van State weg te halen en onder te brengen en samen te voegen met andere hoge rechters: de CRvB en het CBb. Maar wat ons betreft mag het wetsvoorstel hierover (ziehier) weer snel uit de kast gehaald worden en alsnog ingevoerd. Dat sluit ook naadloos aan op de aanbevelingen die de parlementaire enquetecommissie hierover in 2024 ook deed in het rapport Blind voor mens en recht.

Wat HRIF.EU ligt de bal dus nu bij de politiek. De Raad van State is haar eigen lessen vergeten. Tijd om nu door te pakken en de Afdeling Rechtspraak bij de rechterlijke macht onder te brengen.
PS. Voor de juridische fijnproevers. Er wordt touwgetrokken tussen Rechtbank Midden-Nederland en Raad van State. Lees maar even mee (althans – voor de liefhebber).
De voorzitter van de zitting waarin de nul-dwangsomuitspraak werd gedaan schreef 2 jaar daarvoor in een Kroniek over Bestuursrecht een boeiende analyse over de rollen in bestuursrecht en hoe actief de rechter hierin kan zijn. Er werd beschreven hoe de Rechtbank Midden Nederland een ruimere termijn stelde. Maar de redenering was. Dat mag de Rechtbank niet doen.
“Het ligt niet op de weg van de bestuursrechter – die de taak heeft om burgers rechtsbescherming te bieden op basis van de geldende wetgeving – dit door de wetgever gecreeerde probleem van B/T op te lossen, aldus de Afdeling, daarmee afwijkend van de koers van de Rechtbank Midden-Nederland.”
Nu heeft de Afdeling echter zélf een dwangsom op nul gezet. En Midden-Nederland geeft dus met haar uitspraak gewoon lik op stuk. Het citaat dat uit vakliteratuur afkomstig is, keert zich ook tegen de uitspraak van de Afdeling zelf.
