HRIF.EU over toezicht advocatuur: kijk breder en stel eerlijk proces centraal

Op 18 september sloot de internetconsultatie over het wetsvoorstel Wet onafhankelijke toezichthouder advocatuur. Diezelfde dag had HRIF.EU een zitting bij een Raad van Discipline, en met die praktijkervaring vers in het geheugen schreven wij onze consultatiereactie. Door de korte resterende tijd bevat die reactie de hoofdlijnen. In het achtergrondstuk Toezicht op de advocatuur als rechtsstatelijke keten werken wij onze visie en voorstellen uitgebreider en met bronnen uit.

In dit web-artikel lichten we verder toe waarom we vinden dat er het nodige zou moeten veranderen in de organisatie van klachten en tuchtrecht advocatuur:

  1. Er zou beter een landelijke onafhankelijke klachtorganisatie komen, niet elf regionale klachtpunten. Die organisatie zou specialistische kamers bestuursrecht, civiel recht en strafrecht, moeten hebben met verdere domeinspecialisatie waar nodig.
  2. Er zou een Onafhankelijke Toezichthouder moeten komen voor toezicht advocaten, onafhankelijk van beroepsgroep én Staat.
  3. Er dient zeker geen benoemings- of governancerol te zijn voor bestuursorganen die zelf structureel procespartij zijn, waaronder financiële toezichthouders AFM en DNB.
  4. Er dient kantoortoezicht te komen naast individueel advocatentoezicht
  5. Toegang tot het recht en recht op eerlijk proces dient als kernwaarde in alle procedures/herontwerp van regelgeving en organisaties/governance verankerd te worden.

Het bovenliggend doel: grondrecht op eerlijk proces komt in beleidsanalyses en voorstellen niet goed uit de verf

Bij de consultatie rond deze thematiek viel ons op dat er heel erg wordt gedacht vanuit bestaande structuren vanuit een machinerie waarin de professie en zelfregulering van advocatenberoep centraal staat. Dat het uiteindelijk gaat om het borgen van eerlijke rechtspleging voor burgers en bedrijven op een goede manier, sneeuwt een beetje onder. De discussie wordt: hoe gaan we de motor van het toezicht advocatuur afstellen in plaats van: waar gaat de auto heen, wat moet die doen en hoe zorgen we dat ie doet wat ie moet doen: het borgen van toegang tot het recht en een eerlijk proces voor iedereen?

Het is wat HRIF.EU betreft zaak om breder te kijken, vanuit de rol van de advocatuur, de inrichting van onze rechtsstaat. Ook is het zaak om realistisch te zijn. De eerlijke en onbevoordeelde toegang tot het recht is inmiddels een fictie geworden. Alleen wie geld heeft kan een goede advocaat betalen. De realiteit is ook: alleen mét advocaat wordt er serieus geluisterd door rechtbanken.

Dat het hebben van een advocaat nu feitelijk een randvoorwaarde voor eerlijk proces is geworden, is overigens best te begrijpen. Want het valt voor advocaten, juridische professie en rechtbanken niet mee om in een grote hoeveelheid zelfvertegenwoordigende burgers kaf van het koren te scheiden. De aanwezigheid van een advocaat bij de burgerpartij is dan praktisch bezien het meest logische filter waarmee rechters en advocaten onderling de wereld tegemoet treden.

De uitdaging blijft desalniettemin om ook in die situatie als juridische professional met open oog naar de inhoud van de zaak te blijven kijken en tenminste de procesorde te blijven bewaken. De uitdaging is voor beleidsmakers om die realiteit mee te nemen in het herontwerp van regels en toezicht-structuren. En de uitdaging is ook om te erkennen dat de beroepsgroep advocatuur en de overheid niet altijd het goede voorbeeld geven.

Het grondrecht op toegang tot het recht en eerlijk proces moet wat HRIF.EU betreft veel centraler als ontwerp en toetscriterium worden meegenomen in beleids- en uitvoeringspraktijk.

Ongekend onrecht & Blind voor mens en recht

De belastingdienst en de Nederlandse overheid hebben in het kindertoeslagen schandaal een weinig verheffend voorbeeld hebben gegeven over de omgang met burgers. Discriminatie en wantrouwen vormde de basis voor ongekend harde en discriminerende behandeling van groepen burgers. Het vergde doortastende klokkeluiders, belanghebbenden, politici en journalisten om de onderste steen boven te krijgen. Slechts een enkele Rechtbank bleef de menselijke maat in oog houden, maar het merendeel volgde de onbillijke en onterechte missives van de Raad van State. En na de aanvankelijke excuses is de Raad van State inmiddels weer gewoon terug in de onbillijke houding gesprongen.

De advocatuur en landsadvocaat speelden een kwestieuze rol in het kindertoeslagen schandaal. In concrete zaken werden niet alle stukken aan de Rechtbank gegeven. De landsdavocaat noemde sommige zaken ‘pleitbaar’ terwijl het een onterechte en onbillijke intepretatie van de wet betrof. Onze analyse is dat hier randvoorwaarden voor een eerlijk proces werden geschonden doordat advocaten namens de overheid:

  1. zich niet hielden aan regie-aanwijzingen van de rechtbank om alle zaakstukken te leveren en hierop niet doorvroegen bij hun opdrachtgevers,
  2. door hun afstand tot de opdrachtgever zich kunnen verschuilen achter: dat konden wij niet weten en daarmee in feite de rechtbank een onvolledig of onjuist beeld presenteerden,
  3. soms direkte onwaarheden verkondigden of bewust feiten achterhielden.

Voor HRIF.EU zijn dit de drie ankerpunten die, ongeacht de partijdige rol van de advocaat, niét ter discussie kunnen staan. Als de advocaat van een machtige wederpartij op deze punten over de grens gaat, dan schaadt dit direct de procesorde en het recht op een eerlijk proces. Want hoe kan een rechter nog een goede uitspraak doen zonder de juiste stukken, die bij beide partijen gelijktijdig bekend zijn?

Partijdigheid en onafhankelijkheid bij grote overheidsklanten

In de tuchtrecht-jurisprudentie was er eind vorig jaar een lichtpuntje te zien. Op 12 december 2025 werd een advocaat van de landsadvocaat terecht gewezen door het Hof van Discipline dat ze iets teveel met de opdrachtgever meebewogen en te weinig zélf onafhankelijk als advocaat optraden. Maar ja, die uitspraak kwam niet door een burgerklacht bij de Orde. Dat was van een groot advocatenbureau. En het deed hopen dat het er misschien iets zou veranderen.

Onder het kopje: afgaan op het juridisch standpunt van de cliënt komen de volgende teksten terug:

… Deze kernwaarde houdt in dat een advocaat zich onafhankelijk opstelt ten opzichte van zijn cliënt, ook al is die cliënt het Openbaar Ministerie….

….Deze onafhankelijkheid ten opzichte van zijn cliënt had in dit geval ten eerste verweerder ertoe moeten brengen het standpunt van zijn cliënt met professionele distantie te bezien. ..

Helaas blijkt ons in de afgelopen drie jaar dat de drie kern-ankers van een goed proces op belangrijke momenten en in belangrijke zaken niet echt gerespecteerd worden door advocaten van overheidsinstellingen. Het meest kenbare voorbeeld is terug te zien (en lezen) in de Solvinity uitspraak (rechtsoverweging 32, ECLI:NL:RBROT:2026:8586).

De Rechtbank Rotterdam benoemt hierin dat de staatssecretaris stukken heeft willen afschermen, ontoereikende gronden hanteerde om stukken niet te openbaren en het onjuiste standpunt heeft ingenomen dat de staatssecretaris bevoegd zou zijn om te bepalen of het verzoekschrift van Solvinity door derde-belanghebbenden (zoals HRIF.EU, die als zodanig door de rechter is uitgenodigd) mag worden gelezen. De staatssecretaris weigerde uitvoering te geven aan een stukkenopdracht van de Rechtbank en bleef dit zelfs doen nadat het CBB het beroep hierover had afgewezen.

De Rechtbank veroordeelde, vanwege de proceshouding de Nederlandse staat tot het betalen van proceskosten. Maar u raadt het vast. Die schamele 92 euro hebben we nog steeds niet van het Ministerie van Economische Zaken ontvangen. Het Ministerie voert gewoon opdrachten van de Rechtbank niet uit en kennelijk is dat de nieuwe standaard.

De opstelling van advocaten van overheidsorganen is wat HRIF.EU betreft een zorgpunt. En waar dit in zaken ons parten speelt, maken wij er werk van. Dat brengt ons dan – als we door het poortje komen – bij de Raad van Discipline.

Eigen ervaring klacht-procedure en tuchtrecht

Gisteren heeft HRIF.EU (zonder eigen advocaat) bij een Raad van Discipline gesproken over een advocaat die -zoals wij dat zien- zich niet aan regie-aanwijzingen hield, stukken niet gelijktijdig stuurde, onjuiste informatie gaf over hoorzitting en stukken (er was een hoorzitting en er waren stukken) en nooit de onder de Awb-interpretatie horende stukken van de zaak aan de Rechter gaf. Hoe dat afloopt is een open vraag.

Zoals wij het begrepen zou vooral artikel 46 van de Advocatenwet aan de orde zijn en is het niet volgen van regie-aanwijzing onder tuchtrecht geen verboden gedraging voor een advocaat. De verdere toets aan Awb-regels (ter invulling open zorgvuldigheidsnorm rond zaakstukken) werd in essentie afgewezen en de verwijzing naar de onafhankelijkheids-regel bij grote klanten (uitspraak 12 december 2025) leek niet in vruchtbare aarde te vallen.

Zoals gezegd: het is de vraag hoe het verloopt verder en zullen de uitkomst hier delen. Het hele proces rond de klacht ligt mede aan de basis van ons advies om de klachtafhandeling rond de opstelling van advocaten onafhankelijk te beleggen (eventueel bij een toezichthouder) van de beroepsgroep zelf, te centraliseren en te clusteren naar relevant domein.

Langere analyse

We schreven ook (met AI-steun- zie verantwoording) een langere analyse over dit onderwerp – Toezicht op advocatuur als onderdeel van de rechtsstatelijke keten). Daarin leest u onze ervaringen en de visie dat deze Wet onafhankelijke toezichthouder advocatuur een belangrijke kans is om een verouderd en versnipperd toezichtmodel te verbeteren. De hervorming wordt te smal wanneer zij uitsluitend wordt opgevat als een organisatorische verplaatsing van toezicht van elf dekens naar één OTA.



VOND JE DIT NUTTIGE INFORMATIE – STEUN ONS !

U ziet: wij maken de nodige kilometers om grondrechten te beschermen vanuit een systemische analyse van de krachten in de maatschappij. En U ziet ook: zonder advocaat gaat ons dat gewoon niet lukken. Alle steun is welkom en we nodigen u uit om de QR generator op onze website te gebruiken om uw donatie aan ons te doen.