Klopt deze uitspraak van de rechter – die niet wil oordelen over wel/niet contant betalen bij Belastingdienst – eigenlijk wel?

Recent heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over contante betaling van belasting. In die zaak (zie artikel FD, artikel security.nl) had een ondernemer twee jaar lang contant belasting betaald bij de Belastingdienst. Die mogelijkheid werd vervolgens beëindigd per Kamerbrief zonder dat een duidelijk gemotiveerd besluit onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd genomen. Het besluit dat er kwam werd niet als Awb-besluit gezien en verwees vooral terug naar de Kamerbrief.

Geschil bij Rechtbank over Awb-rechtsbescherming en toepassing

De ondernemer legde toen het geschil hierover voor aan de rechtbank. Hoewel de rechtbank erkent dat artikel 4:90 Awb (over alternatieve betaalwijzen) in het geding was, oordeelde zij dat noch de belastingrechter noch de bestuursrechter bevoegd zou zijn om hierover te oordelen. En daarmee staat de rechtbank toe dat de belastingdienst die burger via artikel 4.89 dwingt om giraal te betalen.

Het lijkt ons dat je in die situatie een geschil over de Algemene wet bestuursrecht hebt en dat als jij je beroept op het ene artikel en de belastingdienst op het andere, dat je dat dan bij de bestuursrechter verder bespreekt. Maar die bestuursrechter/belastingrechter geeft dus niet thuis.

Wij hebben daar vragen bij, met name over de verhouding tussen de Awb en de Invorderingswet, de rechtsbescherming van burgers en de mogelijkheid om besluiten over betaalwijzen door de overheid te laten toetsen. De uitspraak raakt bovendien aan de bredere discussie over contant geld als publiek betaalmiddel, die momenteel ook op Europees niveau wordt gevoerd. Een discussie waaraan wij ook het nodige bijdroegen (zie artikel en zie ons jaarverslag 2024).

Vakdiscussie – lees en reageer verder op Linkedin

Wij hebben over onze vragen bij deze uitspraak een inhoudelijke reflectie en vraagpunten gepubliceerd op Linkedin. We weten dat het bestuursrechtelijk en fiscale domein vol valkuilen zit. Dus we roepen hierbij liefhebbers en vakspecialisten van harte op om hun inzichten over dit onderwerp met ons te delen.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.


Mag de Belastingdienst contante betaling weigeren?

De basisregel is dat je giraal betaalt onder artikel 4:89 Awb. Dat is de hoofdregel. Maar in sommige gevallen kan de Belastingdienst (of een ander overheidsorgaan) besluiten om artikel 4:90 van de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en in jouw situatie dus wél contante betaling toestaan. De vraag is nu hoe zo’n beslissing juridisch tot stand komt (door een expliciete brief of ook door een feitelijke voortdurende ontvangst van contant geld door de belastingdienst zélf) en hoe zo’n besluit daarna moet worden ingetrokken en getoetst.

Waarom is de bevoegdheid van de bestuursrechter hier een discussiepunt?

In de besproken zaak oordeelde de rechtbank dat noch de belastingrechter noch de bestuursrechter bevoegd zou zijn. Volgens HRIF.EU roept dat vragen op, omdat de discussie gaat over twee artikelen uit de Wet Algemene Bestuursrecht en die dus een belangrijke rol speelt en ook bestuursrechtelijke rechtsbescherming hebben bij besluiten van de overheid.

Waarom speelt contant geld een rol in deze discussie?

Contant geld is een wettig betaalmiddel en speelt een rol in toegankelijkheid van het betalingsverkeer. In Europese discussies wordt door de Europese Centrale Bank benadrukt dat juist publieke instellingen contant geld in beginsel moeten kunnen accepteren.